Geschiedenis van het Postkantoor in Yerseke

Begin jaren 70 vond in Zeeland een gemeentelijke herindeling plaats. Allerlei dorpen werden samengevoegd tot grotere, efficientere (maar minder gezellige) eenheden en zo ook Yerseke, dat opging in de nieuwe gemeente Reimerswaal. Bij wijze van afscheid liet de laatste Gemeenteraad de heer W.E.P. IJsseldijk de geschiedenis van Yerseke boekstaven. Hij schreef het meer dan 600 pagina's tellende boek '1000 Jaar Yerseke' (1973). Zeer interessant alhoewel meneer IJsseldijk soms wel heel veel woorden nodig had. Hij stond ook enkele pagina's stil bij de ontstaansgeschiedenis van het postkantoor - nu B&B De Oester. Die staan hieronder.

POSTDIENSTEN

De instelling van een postdienst in het westelijk deel van Nederland dateert van 1747. In de beschrijving van het veer Yersekendam—Gorishoek wordt op blz. 337 vermeld, dat op laatstgenoemd punt van het eiland Tholen in 1746 een zgn. „posthaventje" werd aangelegd. Tevens wijzen we daar op de „postwagendiensten", waarmee brieven en andere poststukken naar en van andere delen van Noord- en Zuid-Nederland konden worden verzonden. Ze reden van Middelburg en Goes naar Yersekendam en terug en ook vandaar naar en van Hansweert en Bath, waar aansluiting was op de overzetveren.

Wat Yerseke en andere kleine gemeenten betreft, kon men dus zijn post omstreeks 1750 met deze wagen- en veerdiensten verzenden, waarbij Yerseke dan zeer gunstig lag, aangezien de hoofdroute over de Dam liep.
 
Uiteraard kostte de verzending nogal wat tijd. Naar Goes deed de wagen er 21/2 uur over, naar Hansweert 11/2 uur en naar Bath 3 uur, waarbij men moet bedenken, dat er nauwelijks behoorlijke straatwegen waren, doch veel meer klei- en zandwegen.

Van postkantoren was toen zeker in de dorpen geen sprake. Op de Dam was het veerhuis de plaats waar de poststukken werden verzameld en overgeladen. Een grote verandering in de verzending van poststukken vond gaandeweg plaats toen ná 1867 het spoorwegnet ook tot Zuid-Beveland en Walcheren werd uitgebreid. Via de langs de spoorweg gelegen stations kon na verloop van tijd de post sneller worden vervoerd.

Het duurde tot ná. 1870 aleer het postbedrijf te Yerseke grotere en andere vormen ging aannemen. De toenemende omvang van de oestercultuur en de daaruit voortvloeiende handelsbetrekkingen deden ook de behoefte ontstaan snellere contacten te onderhouden middels het toen aangelegde telegraafnet en de betrokkenen in de gemeente deden in september 1873 een aanvraag bij het Ministerie van Financiën om in verband met de toenemende handel aansluiting aan bedoeld net te verkrijgen.
In principe werd dit toegestaan, doch de moeilijkheid bleek om een geschikt pand in de gemeente te vinden, waarin het telegraafkantoor kon worden ondergebracht.
Zou zo'n kantoor er komen, dan moest de gemeente een waarborgsom van f 800,— storten. Een aantal belangrijke oesterkwekers en bij de cultuur geïnteresseerden bood in april 1874 aan hierin ook een bijdrage te leveren. We willen niet verzuimen hun namen te noemen, namelijk wed. J. P. Kakebeeke-Stokman, F. W. E. Baron Groeninx van Zoelen, fa. de Groot en Bolier, fa. Swaan en Renterghem, Jhr. J. W. F. Huyssen van Kattendijke, Jhr. J. L. C. Pompe van Meerdervoort, Jhr. W. F. G. Clifford, J. J. van den Broeke, C. L. de Meulemeester
en Co., P. Sandee en R. J. Verschoor van Nisse.

Toen werd in het grote huis boven aan de Dam, dat jarenlang eigendom van de firma Kakebeeke was, ruimte gehuurd door verschillende oesterhandelaren en daarin tijdelijk een hulppost- en telegraafkantoor ingericht. Dat er al een levendige oesterhandel bestond, bewijst wel het feit, dat via dit hulpkantoor tussen 1 november en 31 december 1875 247 binnenlandse en internationale telegrammen werden verzonden en 87 internationale telegrammen werden ontvangen.

De gemeente stond buiten de stichting van dit kantoor en was ook niet betrokken bij de verkrijging van de waarborgsom. Inmiddels werd evenwel in april 1876 een commissie van oesterhandelaren ingesteld, die zich ging beijveren een post- en telegraafkantoor in het dorp, dicht bij de haven en oesterputten te stichten, daar het kantoor te Yersekendam veel te ver buiten het centrum lag. Deze commissie bood aan de gemeente voor dat doel een lening aan van f 5.000,—, terug te betalen in 12 jaarlijkse aflossingen van f 500,— (kapitaal en rente). Dit aanbod werd door de gemeente niet geaccepteerd. Deze zocht naar een geschikt pand, doch de oesterhandelaren gingen met een voor dat doel aangewezen huis niet accoord. Zij oefenden kennelijk heel wat druk uit om het kantoor te situeren aan de straat tussen het dorp en de Dam.

In juli van bovengenoemd jaar wordt reeds gesproken over nieuwbouw van een post- en telegraafkantoor en de zakenmensen handhaven hun aanbod om financieel bij te springen voor het deel dat de gemeente daarvoor tekort komt.

Bouw post- en telegraafkantoor gaat door
In het najaar van 1876 viel de beslissing. Het nieuwe kantoor zou gebouwd worden aan de Damstraat, tegenover de ingang van de Schotte. Er werd op die plaats 280 m2 grond gekocht van Joos Sinke en de streefdatum voor het gereedkomen werd gesteld op 1 juli 1877. Architect M. le Clerq te Kruiningen maakte de tekening en het bestek (zie tekening op blz. 315). De bouw van het kantoor werd gegund aan C. Lindenbergh te Wemeldinge voor f 8.150,—. Met inbegrip van de grond kwamen de kosten op f 8.990,—, waarvan door de oesterhandel f 6.786,25 werd verstrekt en het restant, dus f 2.203,75, door de gemeente.
Het nieuwe gebouw werd omstreeks 1 september 1877 in gebruik genomen. Dat er grote behoefte aan bestond, blijkt wel uit het toenemende telegraafverkeer. Van 1 oktober tot 31 december 1877 werden 199 telegrammen verzonden en 93 ontvangen. Over het hele jaar 1879 bedroegen die cijfers 1169 (in totaal) verzonden en 675 (internationale) ontvangen.

Het Rijk huurde dit post- en telegraafkantoor van de gemeente en deze laatste moest een waarborgsom van f 800,— per jaar betalen, welk bedrag later in f 600,— werd gewijzigd.
Toen in 1880 de opbrengsten van het kantoor de waarborgsom overtroffen, was het betalen daarvan overbodig geworden.

Verbouwing wegens uitbreiding
Toename van het post- en telegraafverkeer deed in juni 1886 de vraag rijzen of men dit zou opvangen door verbouw of nieuwbouw van het kantoor. Een commissie uit de gemeenteraad kwam tot de conclusie, dat met een verbouwing de extra nodige ruimte kon worden verkregen. Men besloot hiertoe en raamde in april 1887 de kosten op f 5.912,50. In juni daarna volgde de aanbesteding, waarna het werk werd gegund aan J. L. Lindenbergh voor f 6.106,—. De gemeente ging voor de financiering van deze verbouwing een lening van f 3.400,— aan. Ongeveer eind november van genoemd jaar kon het kantoor weer worden gebruikt nadat men gedurende de verbouwingsperiode gebruik had gemaakt van het zgn. „ziekenhuis" aan de Steeweg, een pand, dat eigendom van de gemeente was.
Verder kan nog worden vermeld, dat in 1890 aan de fa. wed. Kakebeeke, die haar kantoor te Yersekendam had, werd toegestaan een telegraaflijn langs palen te doen aanleggen van het telegraafkantoor via de Damstraat naar het kantoor van de firma.

In een latere periode, omstreeks 1908-1909, werden nog verdere verbouwingen aan het postkantoor uitgevoerd. Deze betroffen voor een belangrijk deel het inwendige, zodat de totaalaanblik weinig verandering onderging. De huur van het post- en telegraafkantoor door het Rijk was intussen steeds periodiek verlengd, o.a. op 28 mei 1902 voor 5 jaar tegen f 500,— per jaar. Aan het eind van die termijn werd besloten, dat het kantoor door het Rijk zou worden overgenomen, hetgeen voor een bedrag van f 8.000,— per 25 september 1908
plaats vond.

Telefoonaansluiting
Het spreekt wel vanzelf, dat de oesterhandelaren te Yerseke de behoefte aan telefonisch verkeer reeds in een vroeg stadium gevoelden. Zij drongen op de verwezenlijking daarvan steeds aan en in februari 1904 berichtte de Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie, dat te Yerseke een intercommunale telefoonpost gevestigd zou worden. De telefooncel werd op kosten van de gemeente gebouwd, om welke reden toen de huur van het gebouw iets werd verhoogd. Men kende destijds alleen bovengrondse telefoondraden en pas in 1931 werden deze vervangen door ondergrondse kabels.
 
Vrij spoedig na de ingebruikneming van de telefooncel kwam ook de mogelijkheid woningen en kantoren van een telefoonaansluiting te voorzien, waarvan sindsdien een steeds groter gebruik werd gemaakt. In 1969 had Yerseke op een bevolking van ca. 5000 personen 862 telefoonaansluitingen.
Evenals in vele andere gemeenten deed omstreeks 1924 de radio ook hier haar intrede. In 1927 verzochten enkele ondernemers vergunning tot stichting van een Radiodistributiedienst. Deze verzoeken werden aanvankelijk niet ingewilligd, doch enkele jaren later kwam een dergelijk distributienet toch tot stand. Het werd gesticht door de ondernemer E. J. van der Peijl.